pensioenfonds voor de textielgroothandel
komt te overlijden

Indien u overlijdt in de periode waarin u prepensioen ontvangt, krijgt uw achterblijvende partner niets. Uw achterblijvende partner kan alleen geld krijgen als u bij leven pensioen ontvangt.

Uw achterblijvende stiefkinderen, adoptiekinderen of pleegkinderen krijgen bij het pensioen soms niets. Ze krijgen niets als de erkenning of het verzoek tot adoptie van het kind korter dan een jaar geleden is. Ze krijgen ook niets als het op zich nemen van de zorg voor het stiefkind of pleegkind korter dan een jaar geleden is.
Uw achterblijvende partner en kinderen krijgen in principe nabestaandenpensioen. Zij hebben geen aanspraak op partner- en wezenpensioen als u korter dan een jaar deelnemer was en anders dan door een ongeval overlijdt. Als u overlijdt tijdens uw pensioen, hangt het partnerpensioen ook af van eventuele uitruil. Als u uw eigen pensioen heeft verhoogd door het opgeven van het partnerpensioen, krijgt uw partner niets.

Anw-gat
Als u overlijdt kan uw partner van de overheid uit de Algemene nabestaandenwet (Anw) een nabestaandenuitkering ontvangen. Dit kan als:

  • uw partner jonger is dan 65, en geboren vóór 1 januari 1950;
  • uw partner kinderen heeft die jonger zijn dan 18 jaar of;
  • uw partner voor meer dan 45% arbeidsongeschikt is en niet meer verdient dan € 2.263,41 per maand.


Als uw partner eigen inkomsten heeft, krijgt hij of zij minder of geen Anw-uitkering. Als uw partner jonger is dan 65 jaar, heeft deze mogelijk last van het Anw-gat. Er is een gat als de achterblijvende partner geen volledige Anw-uitkering van de overheid krijgt. Meer informatie over de Anw-uitkering vindt u op www.anw.nl.
Het is verstandig om na te gaan of er na uw overlijden genoeg geld is voor uw nabestaanden. Desnoods kunt u zelf een aanvullende regeling treffen.