Als u bent geboren vóór 1 januari 1950, dan krijgen uw nabestaanden niets van het Bpf TEX.
Bent u geboren op of na 1 januari 1950, dan kunnen uw partner en uw kinderen nabestaandenpensioen krijgen nadat u overlijdt tijdens uw werkend leven. Na uw overlijden ontvangt uw partner 70% van het pensioen dat u zou hebben opgebouwd als u tot uw 65e had gewerkt. Uw kinderen kunnen ook nabestaandenpensioen krijgen. Dit heet wezenpensioen. Ieder kind krijgt dit tot 18 jaar of tot 27 jaar als het kind nog studeert. Het wezenpensioen is voor ieder kind 20% van uw partnerpensioen.
De hoogte van het partnerpensioen indien u overlijdt tijdens uw pensionering kunt u met uitruil zelf bepalen. U kunt meer pensioen voor uw partner regelen. U kunt ook meer pensioen voor uzelf regelen. Dit gaat door uitruil. U beslist voor u met pensioen gaat. U beslist dit samen met uw partner. Deze beslissing kunt u niet meer terugdraaien.
Bij uw overlijden hebben uw partner en/of kinderen mogelijk recht op een wettelijke uitkering van de overheid. Dat is geregeld via de Algemene nabestaandenwet(Anw). Uw achterblijvende partner kan in aanmerking komen voor een Anw-uitkering als hij of zij:
- jonger is dan 65 jaar en
- is geboren vóór 1950 of
- een kind jonger dan 18 jaar heeft of
- voor ten minste 45% arbeidsongeschikt is.
De hoogte van de Anw-uitkering voor uw partner hangt af van het inkomen van uw partner. De Anw-uitkering voor uw kinderen staat los van het inkomen van uw partner. Uw partner moet deze uitkering aanvragen bij de Sociale verzekeringsbank. Deze instantie regelt de Anw namens de overheid. Kijk voor meer informatie op SVB.
|